Fabio Jakobsen start zaterdag voor het eerst in Milaan-Sanremo en hoopt vooral ervaring op te doen om toe te kunnen slaan wanneer dat ene kansje zich ooit voordoet. Toch hoopt hij in deze editie ook op een klein wonder, maar dan moeten volgens de Nederlander 'alle steren goed aan de hemel staan'.
De 25-jarige sprinter van Quick Step-Alpha Vinyl kent tot dusver een uitstekende start van het seizoen. In de Ronde van Valencia en de Ronde van Algarve was hij beide keren goed voor twee ritzeges en winst van de puntentrui. Een week na de Portugese koers was de Nederlander vervolgens overtuigend de beste in Kuurne-Brussel-Kuurne, waarna hij afgelopen week deelnam aan Parijs-Nice. Daar wist Jakobsen de tweede rit te winnen, maar stapte hij in de zesde etappe af.
Het afstappen in Parijs-Nice bleek vooral uit voorzorg en betekende niet dat Milaan-Sanremo in het geding kwam. 'Ik had geen koorts, maar er zijn wel twee andere ploeggenoten die koorts hebben gehad. Bij mij valt het vooralsnog mee. Het was om schade te voorkomen en de laatste dagen reed ik nergens voor. Behalve om mijn conditie te verbeteren, maar daar was iedereen het over eens dat die al oké was', zo vertelt hij in de Live Slow Ride Fast Podcast.
Met die goede conditie verkende hij na zijn opgave al wel vast de laatste zestig kilometer van Milaan-Sanremo, waar doorgaans de koers beslist wordt. Dat weet Jakobsen tijdens een online persmoment ook. 'Milaan-Sanremo is voor een sprinter waarschijnlijk de grote klassieker waar je de meeste kans maakt. Het is niet ieder jaar een massasprint, maar als ‘ie wel komt en je bent er niet, dan baal je ervan. Ik heb de verkenning al gereden en op de drie Capi (drie korte klimmetjes richting de finale, red.) zul je al wel weten of je mee kan doen voor de zege. Ik neem aan dat ik daar wel over kom. De klimtijd op de Cipressa is doorgaans tien minuten. Het tempo zal hoog liggen, maar als ik me goed voel, moet ik erbij kunnen blijven. Op de Poggio hangt het er helemaal vanaf wat je kan pushen voor zo’n vijf minuten. Daar is het vol gas voor iedereen.'
Met mannen zoals Tadej Pogacar en Wout van Aert in het peloton, dalen de kansen van de echte sprinters, maar Jakobsen gaat de uitdaging graag aan. 'Met de power die ik kan trappen ben ik ertoe in staat om vooraan over de Poggio te komen, maar dat is misschien wel heel anders na 270 kilometer. Ik hoop erbij te zijn, maar als de benen niet goed zijn, zie je sprinters op de Cipressa soms al lossen. Je hebt de beste dag nodig om een kans te maken. Het wordt 50-50, op basis van mijn vorm en de tactieken die de andere ploegen hanteren. Er zijn veel sprinters die niet meedoen, dus dat verandert misschien wel het karakter van de wedstrijd. Ik ben echter niet eerder in zo’n vorm geweest, dus als het nu niet mogelijk was, zal dat andere jaren ook niet gelukt zijn.'
Als Jakobsen er niet bij zit in de finale, is hij in ieder geval blij dat hij er voor de eerste keer bij is geweest. 'Ik ga voor de ervaring', zo zei hij het treffend in de podcast van Ten Dam. Ook in het online persmoment op vrijdag benadrukt hij hoe bijzonder Milaan-Sanremo zal zijn. 'Ik denk niet dat ik ooit langer dan zeven uur op de fiets heb gezeten. Mijn langste trainingen zijn zes uur, dus ik weet niet of ik kan sprinten op de Via Roma. We gaan het wel zien.' Of zoals hij het bij Live Slow, Ride Fast zei: 'Alle sterren moeten goed aan de hemel staan, maar ik geloof dat ik met de beste vijftig omhoog kan. Zeker als ik goed geholpen word door mijn ploeg.'
Aan de start staan van een wielerkoers is begin 2022 sowieso al een prestatie van formaat. Voor iedere wedstrijd vallen er soms wel tientallen renners met ziekte of blessures weg. Jakobsen is blij dat hij wat fysiek ongemak in Parijs-Nice snel de baas was. Voor ploeggenoten Julian Alaphilippe en Davide Ballerini was dat niet zo, zij missen Milaan-Sanremo. 'Ik denk niet dat de meeste renners echt plat in bed liggen, maar het is wel een aanslag op je vorm. Een kleine infectie kan al een hele voorbereiding in de war schoppen. Je verliest die drie of vier procent waardoor je kan winnen', zo zegt Jakobsen tegenover In de Leiderstrui.
Op de vraag of hij bang is om ziek te worden, en of het een thema is in de ploeg en het peloton, blijft de sprinter nuchter. 'Je moet voorzichtig zijn, maar je ziet dat je er niet aan kan ontkomen. We nemen maatregelen binnen de ploeg, maar het is niet altijd mogelijk om het te voorkomen. Sommigen in het peloton zijn wat meer paranoïde dan anderen, maar het hoort er nu eenmaal bij in het fietsen. Als je ziek wordt, moet je je doelen misschien wat later zetten en als je niet ziek bent, moet je er nu meteen gebruik van maken.'
Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: b.vanderploeg@indeleiderstrui.nl)
Lees het artikel op de mobiele website