Column: Zo moet het ongeveer voelen om achter Tadej Pogacar te moeten koersen

| door Bram van der Ploeg

Het snot komt uit je neus, de bloedsmaak vervangt langzaam maar zeker je droge bek en je benen vertellen iedere trap dat je beter kan stoppen met wat je aan het doen bent. Nee, je moet door, diep in het rood naar de finish. Tijdsverlies beperken, of sprinten voor de tweede plek... Hoe het moet voelen om anno 2022 in een koers te rijden waar ook Tadej Pogacar aan de start staat? Laat ik voorop stellen dat ik het niet weet, maar dat ik wel een idee heb. Voor iemand die op een slechte dag op de Posbank al geparkeerd staat, is het begrip lijden wel bekend.

- Het moet zo ongeveer voelen alsof je op zondagochtend na een nachtje doorhalen bij de plaatselijke voetbalvereniging om 10.00 uur moet voetballen. Je bent brak, maar de mid-mid die tegenover je staat lag duidelijk om 22.00 uur in zijn mandje.

- Of wanneer je bij het stoplicht staat en je in je Skoda Fabia helemaal klaar bent met die bumperklever die je al zat op te fokken op de snelweg. Als je in het groene licht valt, je koppeling en schakelskills tien met een griffel zijn, maar je de bumperklevende Tesla als een stipje aan de horizon ziet verdwijnen.

- Dat je tegen de wind in staat te harken naar de supermarkt, op een krakbarrel zonder versnellingen, en je wordt ingehaald door een elektrische fiets op standje turbo. Of standje Pogacar, zo u wilt.

- Dat je bij je toets Wiskunde na drie weken hard blokken een 7 hebt gehaald, terwijl je beste vriend (die er even veel of misschien wel minder voor heeft gedaan) een 9,5 scoort.

- Dat je je een hele week hebt verheugd op onbeperkt sushi eten, maar als het moment daar is, krijg je met moeite drie gangen naar binnen. De jongens aan de tafel naast je vreten een weekvoorraad ebi tempura's weg.

- Je hebt na drie maanden hard werken en een beetje op de centjes letten gespaard voor een nieuwe racefiets. Heerlijk exemplaar, maar als je 'm drie dagen later wil tonen aan je fietsmaatje, komt hij met een nieuwe Bianchi op de proppen.

- Dat je op de dansvloer indruk lijkt te maken in je groepje, totdat iemand begint te breakdancen en afsluit met een salto.

- Dat je in Candy Crush level 3.000 hebt gehaald, maar je nichtje van Facebook bij 7.500 is.

- Dat je aan een bord boerenkool zit, en je collega zit op Instagram te posten over de pizzeria.

- Dat je na drie keer twijfelen van de vijf meter duikplank schroeft, terwijl tien seconden later iemand een driedubbele flik flak van de tien meter geslaagd uitvoert.

Slikken, incasseren en bedenken 

Het voelt niet fijn, het voelt niet eerlijk, maar kun je er verder iets tegenin brengen? Je kunt stoppen met drinken op de avond voor een voetbalwedstrijd, je kunt nóg harder blokken voor je toets Wiskunde en je kunt genieten van wat je wel hebt. Maar zo werkt het niet in de wielersport. Daarin telt alleen de winst en valt het niet verteren dat er altijd iemand is die net een beetje sneller, slimmer, groter of stoerder is. Je wil hem zijn, terwijl je 'm tegelijkertijd wel kan schieten. Je hebt respect voor hem, maar niet als je met een bloedsmaak over de finish bolt als tweede. Of derde. Of achttiende.

Gelukkig is de koers nog altijd de koers. Heb je teamgenoten, hoef je niet alles alleen te doen, is er een risicofactor en een pechfactor en zijn er gelukkig zoveel wedstrijden dat je grootste sta-in-de-weg niet altijd meedoet. Tot die tijd is het slikken, incasseren en proberen te bedenken hoe je 'm ooit te slim af gaat zijn. Wetende dat als Tesla Pogacar op de Poggio aanzet, jij er in je Skoda Fabia alleen maar naar kan kijken. En stiekem waarderen hoe ongelofelijk snel, stoer, gaaf en strak Tesla Pogacar iedereen op de weg de les leest.

Bram van der Ploeg (Twitter: @BvdPloegg | e-mail: b.vanderploeg@indeleiderstrui.nl)

Lees het artikel op de mobiele website

Net binnen

Bekijk meer artikelen